Nou, laat ik maar eens het spits afbijten.
Op het moment ben ik verwoed aan het schrijven aan een verhaal dat ik nu nog Verlaten noem. Het is ontstaan na het lezen een spoiler over aflevering 10 van Stargate Universe. Vanuit daar is het een eigen leven gaan leiden.
Het verhaal begint met Carlyle (Ja, ik ben op het moment errug origineel met het verzinnen van namen. Naam kan nog veranderd worden) die met een barstende hoofdpijn wakker wordt in een langgerekte zandvlakte. Hij heeft een vaag vermoeden hoe hij daar belandt is, maar wil daar geen gehoor aan geven. Dan ontdekt hij dat hij niet de enige is; Alex ligt een paar meter verder nog bewusteloos. Ze zijn verlaten op een planeet. Nog erger; een planeet die volgens Carlyle's statistieken niet door intelligentie bewoond kan zijn.
Ik verdeel het verhaal in 3 delen.
Deel 1 is vanuit het perspectief van Carlyle in de 3e persoon. We ontdekken via flashbacks wat hij heeft gedaan waardoor hij hier zo hardhandig gedropt is. Ondertussen moeten Alex en Carlyle samen zien te overleven en ontdekken ze dat er in ieder geval wel dieren leven. Maar Alex en Carlyle kunnen elkaar niet luchten of zien.
Deel 2 is vanuit het perspectief van Alex in de 1e persoon. Ze heeft een afkeer tov Carlyle, maar langzamerhand begint ze hem toch wel te mogen. We ontdekken nu ook via flashbacks hoe zij het voor elkaar heeft gekregen om hier te belanden. Ze vinden resten van een beschaving, maar Carlyle is vol overtuigd dat die beschaving nu uitgestorven is... totdat er plots een groepje voor hem staat. Alex moet meespelen en wordt door en onbekende traditie aan een mannelijke alien gebonden. Carlyle gebruikt dit gegeven om erachter te komen hoe de technologie van hun werkt, om zo een weg naar huis te vinden. Maar dan valt het toneelstukje van Alex in het water. Ze omhelst in een moment van zwakte Carlyle, maar dat wordt gezien als overspel. De aliens willen haar straffen en eisen de doodstraf voor Carlyle...
Deel 3 wordt beschreven vanuit een alwetende verteller. Alex red Carlyle's leven door voor hem te duiken wanneer hij, nog onwetend van wat er tegen hem was geeist, wordt beschoten. Nu wordt hun weg naar huis nog moeilijker gemaakt, nu ze geen vrije toegang meer hebben tot de technologie. Eenmaal alle informatie verzameld komen ze tot de vraag: Blijven we hier of gaan we terug naar de aarde?
Hier een stukje uit deel 2.
Carlyle stopte voor mij met lopen. Ga door met lopen! dacht ik. Ik had het willen schreeuwen. Loop door en besteed geen nodeloze aandacht aan mij. Ik probeerde nonchalant weer een stap te nemen. Met de kaken op elkaar geknepen probeerde ik de pijn te maskeren. Maar hij zag het door. Hij zag het door zoals hij dat altijd deed, de kwal.
'Zo kun je niet lopen.' Carlyle kwam met kleine sprongetjes van zijn verhoging af. Onder hem rolden steentjes met hem de berg af, waardoor het leek dat hij aan het bergsurfen was. Door zijn hakken in het rollende zand te steken verminderde hij snelheid, totdat hij voor mij stil stond. Zijn bezorgde aandacht ergerde me. Ik had wel eens voor hetere vuren gestaan. Wie dacht hij wel wie ik was?
Uitnodigend stak hij zijn hand naar me uit. 'Ik draag je wel.'
'Tuurlijk kan ik wel lopen.' Ik keek van zijn hand weg door recht in zijn gezicht te kijken. Het was vuil van het orangegrijze zand dat hier het aardoppervlak beheerste. Zijn donkerblonde lange haren waren bedekt met een laagje grijs stof en hingen als vettige slierten naar beneden. Ik zou er wel niet veel beter uitzien. 'Jouw hulp heb ik wel als laatste nodig.' Ik draaide mijn hoofd van zijn gezicht weg. Misschien was ik bang te zien dat ik hem gekwetst zou hebben. Maar dat was onmogelijk. Deze kerel was onmogelijk te kwetsen. Laat staan door mij. Hij had daarnet wel oprecht bezorgd gekeken. Zijn wenkbrauwen hadden een bezorgde bocht naar boven gekruld. Maar deze kerel, bedacht ik me snel, was de koning van de gezichtsmanipulatie.
Hem negerend probeerde ik mij een weg naar boven te banen. Bij elke stap die ik met mijn verzwikte enkel maakte, drong er een stekende pijn tot mij door. Ik probeerde me van deze pijn af te leiden door elke keer zachtjes op mijn wang te bijten. Het hielp niet.
En dat wist hij. Hoe kon hij het mogelijk niet weten? Bij elke stap kromde mijn been enkele centimeters naar voren van de pijn, waarbij mijn bovenlichaam naar opzij zwenkte om niet uit evenwicht te raken. Ik was als een waggelende pinguin. Ik liet een woedend geluidje tussen mijn tanden ontsnappen.
'Je ziet toch zelf dat het zo niet kan?'riep Carlyle van onder mij. 'Kom op. Er zijn twee opties die beiden luisteren naar 'Je kunt mijn rug op.' Ik prefereer de eerste optie.'
Probeerde hij nu lollig te zijn? Als het aan mij lag kon hij ook zeker mijn rug op. Helaas zat ik hier aan hem vast, omdat er niets anders was. Hoe had ik ook zo stom kunnen zijn? Zuchtend liet ik me op een middelgroot rotsblok vallen. Als hij zo stug volhield, kon ik maar beter aan hem toegeven. Van hem afkomen zou ik toch niet.
Een lach van triompf tekende zich op zijn gezicht. Hij had zijn spelletje gewonnen. Springend van de ene steen naar de andere steen kwam hij als een overwinnaar mijn kant op. Het was duidelijk dat ik verloren had.
Ik hoop dat jullie het leuk vinden. Ben zeer benieuwd naar jullie mening/suggesties